Wraking RC gegrond.

In Blog

Wraking RC gegrond:
Objectieve schijn partijdigheid ontstaan door contact RC met getuige op de gang buiten het Kabinet. 

 
In een toch al dubieuze strafzaak van ons kantoor worden getuigen gehoord bij de rechter-commissaris (hierna: RC).
De strafzaak gaat over een gesprek tussen een mediator en een medewerkers van de politie terwijl cliënte tijdens een deel van dit gesprek op de gang stond te wachten.
Cliënte is op dat moment ook al jarenlang werkzaam bij de politie, maar de politie wil van haar af.
De mediator moet kijken of er een oplossing mogelijk is.
Dit onderonsje tussen de mediator en de medewerkers van de politie is echter opgenomen en in bezit gekomen van cliënte.
Uit dit gesprek blijkt dat de mediator de politiemedewerkers (de werkgever) aanstuurt hoe van cliënte af te komen onder andere door haar gek te laten verklaren.
Je zou toch verwachten dat deze mediator wordt vervolgd en de politiemedewerkers erbij.
Niets is minder waar.

Niet de mediator en de politiemedewerkers worden vervolgd, maar cliënte en haar voormalig jurist.
Waarom? Omdat zij dit deel van het gesprek zouden hebben opgenomen en onder de aandacht hebben gebracht van de politie en de Federatie voor Mediators.
En dat zou strafbaar zijn. Je mag een gesprek niet heimelijk opnemen en ‘verspreiden’. Het enkel onder de aandacht brengen bij de politie en de Federatie acht de mediator ‘verspreiden’. Dit is toch de omgekeerde wereld?

Cliënte ontkent dit gesprek te hebben opgenomen. De jurist die haar heeft geholpen met de klachtenprocedure bij de Politiebond en de Federatie stelt zich op het standpunt dat van verspreiden geen sprake was en ook overigens een zwaarder belang gemoeid was met het onder de aandacht brengen van dit gesprek in een klachtenprocedure dan het onder de pet houden van dit gesprek. Hoe anders had cliënte dit dan aan de kaak moeten stellen?
Ze heeft het niet naar een journalist gestuurd, of op internet gezet!

Op verzoek van de verdediging van zowel cliënte alsook de jurist, worden de bewuste medewerkers van de politie gehoord alsook de mediator.
Deze lijkt zichzelf in het verhoor vast te praten, beroept zich op een verschoningsrecht dat hem niet toekomt en weigert allerlei vragen te beantwoorden.
Het verhoor wordt enige tijd onderbroken.

Enkele weken later gaan de verhoren verder. De voormalig jurist van cliënte (de medeverdachte) wordt gehoord en tot zijn schrik ziet hij dat de RC dezelfde persoon is die hij op de dag van het verhoor van de mediator op de gang heeft zien praten met die mediator. Hij kon niet alles letterlijk horen, maar het was een gesprek waarin de mediator nog eens flink geagiteerd aangaf dat hij niet op alle vragen kon antwoorden en de RC sprak met hem hierover op de gang. Het was echt een gesprek tussen de RC en de mediator waar de advocaat van de mediator – waar heeft hij een advocaat voor nodig, HIJ wordt toch niet vervolgd? – ook bij staat.

Hij wraakt de RC en wat dan gebeurt verdient bepaald geen schoonheidsprijs. Mijn collega mr. Kötter, die voor mij de verhoren waarneemt, verzoekt om een korte schorsing voor overleg met mij en cliënte over de vraag of ook wij gaan wraken. De RC belet hem dit overleg tegen alle regels in, waarna de griffier haar moet meedelen dat mr. Kötter hier wel degelijk recht op heeft. Vervolgens hoort de RC lachend en achterover leunend het wrakingsverzoek aan van mr. Kötter waar cliënte ook bij zit. De RC berust niet in de wrakingsverzoeken en de Rechtbank Almelo buigt zich enige weken later over de beide wrakingsverzoeken.

De verzoeken worden door de jurist en zijn advocaat, mr. Kötter en mij ter zitting toegelicht. Zojuist ontvingen wij de uitspraak van de wrakingskamer van de Rechtbank Almelo: wraking gegrond! Met de raadslieden is de wrakingskamer van oordeel, dat de RC het gesprek met de getuige achterwege had dienen laten danwel in aanwezigheid van de overige partijen in het Kabinet dienen voeren.

De rechtbank overweegt (citaat):

” In een dergelijke situatie, waarin de rechter-commissaris zelf buiten het kabinet en de partijen om met een (cruciale) getuige spreekt, ligt het wekken van de schijn van partijtigheid door de rechter-commissaris op de loer: de rechter handelt op dergelijke momenten voor die andere partijen niet transparant en een gesprek met de getuige kan bij de verdachten snel de indruk wekken dat de rechter niet onpartijdig is.

De wrakingskamer is van ordeel dat met het oog op de strikt in acht te nemen onpartijdigheid uitgangspunt behoort te zijn dat een rechter voor, tijdens en na een getuigenverhoor geen contact met een getuige heeft, tenzij in aanwezgheid van de partijen. In het onderhavige geval is de rechter-commissaris buiten aanwezigheid van partijen, tijdens de schorsing van het getuigenverhoor, ingegaan op de mededeling van getuige (naam) dat hij niet wist hoe hij de vragen moest beantwoorden of woorden van gelijke strekking.
Hiermee heeft de rechter-commissaris bedoeld uitgangspunt verlaten zonder dat daartoe een dringende noodzaak bestond,
terwijl zij zich met haar mededeling dat (naam getuige) gewoon moest zeggen als hij niet wist hoe hij een vraag moest beantwoorden, heeft ingelaten met de inhoud van de door de getuige af te leggen verklaring. …”  

Deze beslissing met bijbehorende overweging doet ons inziens recht aan het bestrijden van een ogenschijnlijk vooringenomen handelwijze van sommige RC’s die zelf het bezwaar van hun handelen niet in de gaten lijken te hebben, zoals laatst weer tijdens een verhoor van een getuige in een andere zaak van mij bij een Amsterdamse RC waarbij een cruciale getuige werd gehoord. Hopelijk biedt deze uitspraak voor de toekomst ons advocaten meer basis om een RC op een dergelijk handelen aan te kunnen spreken en desnoods als het niet anders kan te wraken!

De volledige (geanonimiseerde) uitspraak kan bij ons kantoor worden opgevraagd via vanessen@vanessen-advocaten.nl.

Mr. Marielle van Essen
Mr. Justin Kötter

Recommended Posts

Laat een bericht achter