Vrijspraak voor opzettelijk aanwezig hebben grote hoeveelheid harddrugs

In Blog

Vrijspraak voor opzettelijk aanwezig hebben grote hoeveelheid harddrugs 

In deze zaak werd cliënt vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs in zijn huurwoning.
Door de politie Amsterdam was onder andere heroïne, cocaïne en methadon aangetroffen op verschillende plekken in de woning.
Het openbaar ministerie stelde zich op het standpunt dat sprake was van drughandel vanuit de woning van cliënt.

Op het eerste gezicht leek het dossier zo klaar als een klontje. Een nadere bestudering deed toch een geheel ander licht op het dossier schijnen.
Verbalisanten zien eerder die dag een man in de woning van cliënt gaan die zij ‘ambtshalve’ herkennen als een drugsdealer.
Later op de dag zien zij dat de voordeur van de woning open staat. Deze (vage) omstandigheden zijn voor de politie de aanleiding om eens aan te bellen bij de woning van cliënt.
Wat er dan gebeurt is zeer merkwaardig.
Cliënt opent de deur en voert een keurig gesprek met de desbetreffende verbalisanten. Cliënt vraagt zelfs of de verbalisanten even binnen willen komen om het gesprek aldaar verder voort te zetten.

De verbalisanten komen in de woning en zien een klein weegschaaltje, foliopapier, meerdere telefoons en de man (vermeende drugsdealer) die zij eerder die dag de woning in zagen gaan.
Deze (vage) omstandigheden zijn de reden om aan cliënt te vragen of zij de woning mogen doorzoeken. Volledigheidshalve wijzen de verbalisanten cliënt op het gegeven dat een eventuele doorzoeking strafrechtelijke gevolgen kan hebben voor cliënt. Cliënt antwoordt:

‘Ja, zoek maar er is geen drugs in mijn woning!’

De verbalisanten vinden vervolgens op verschillende plekken in de woning harddrugs en cliënt werd vervolgens voor enige tijd vastgezet.
Tijdens de zitting heb ik in mijn pleidooi aangevoerd dat alles erop wijst dat de drugs van de andere man in de woning was.
Deze man logeerde regelmatig bij cliënt. De drugs werd onder andere aangetroffen in de tas en in het bijzijn van deze man. Daarnaast is ook nog op de man zelf een grote hoeveelheid drugs aangetroffen.

Uit de (vrij strenge) jurisprudentie volgt dat de rechter dient vast te stellen dat de drugs zich in de machtssfeer van cliënt bevond én dat cliënt de wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen.
Bij dit laatste – de wetenschap hebben gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen – wringt mijns inziens in deze zaak de schoen!

Waarom laat je meerdere verbalisanten je woning betreden als je WEET dat er een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig is in je woning?
Waarom laat je vrijwillig je woning doorzoeken op het moment dat je WEET dat er een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig is?
Waarom verleen je alle medewerking aan het politieteam als je WEET dat er een grote hoeveelheid harddrugs in de woning aanwezig is?

Gezien de zeer coöperatieve houding van cliënt is mijns inziens de verklaring van cliënt – dat de drugs zojuist was meegenomen door de andere man en hij hier geen weet van had – zeer aannemelijk en dan ook geloofwaardig, reden waarom ik mij op het standpunt stelde dat cliënte diende te worden vrijgesproken.

De Rechtbank Amsterdam deelde ter zitting mijn standpunt en sprak cliënt dan ook vrij!

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u ons mailen op info@vanessen-advocaten.nl.

Mr. Justin Kötter

Recommended Posts

Laat een bericht achter