Vrijspraak voor omkoping als niet ambtenaar

In Blog

Vrijspraak voor omkoping als niet ambtenaar

Deze week ontving ik de uitspraak van de meervoudige kamer in Amsterdam in een zaak van een client van mij die werd verdacht van omkoping: vrijspraak!

Client is werkzaam bij een detacheringsbedrijf voor schoonmakers.
Hij werd ervan verdacht dat hij zich door een onderaannemer had laten omkopen alsmede zich schuldig te hebben gemaakt aan valsheid in geschriften. 

Dat laatste erkende hij; er werden weleens uren geboekt op andere klussen om een en ander administratief in orde te houden. Dit op aandringen van zijn baas.
Klanten hadden daar geen last van, aangezien sprake was van aanneemsommen, maar intern was dit wel zo handig.
Maar van omkoping was absoluut geen sprake, aldus cliënt.

Op het eerste oog ziet het er niet best uit. De onderaannemer zou client hebben verteld dat hij in geldnood zat, maar dat blijkt helemaal niet uit de stukken. De man had blijkens zijn administratie de beschikking over voldoende gelden. Bovendien had client vanuit diens functie ook wel de gelegenheid om onderaannemers extra klussen toe te schuiven. Deze onderaannemer kreeg ook best wat klussen toegeschoven.

Bij nadere bestudering van de onderzoeksresultaten kom ik echter toch tot de conclusie dat deze niet volledig aansluiten bij de hypothese van het OM dat sprake zou zijn van omkoping.
Ik kijk hierbij met name naar wat er NIET in het dossier zit wat je WEL zou verwachten uitgaande van de juistheid van die verdenking omkoping. 

Ten eerste valt mij op, dat de onderzoeksresultaten geen blijk geven van een verhoging van opdrachten vanuit client aan die bewuste onderaannemer ten opzichte van andere collega’s van client die dezelfde bevoegdheid hebben om dat te doen. Evenmin is sprake van een verhoging van opdrachten wat betreft periode, dus voor ten opzichte van na de gestelde omkoping.

Daarnaast valt op dat er geen verschillen zijn te vinden in de verklaring tussen cliënt en de onderaannemer wat betreft de wijze waarop de lening is verstrekt en later terug betaald.
Tot in detail bevestigt de onderaannemer de verklaring van cliënt. Er is niets te vinden in het dossier dat deze beide verklaringen tegenspreekt, oftewel bewijs dat het niet zo kan zijn gegaan.

Ook is het toch volstrekt onaannemelijk dat je je laat omkopen door een onderaannemer, door maandelijks keurig giraal bedragen op je prive rekening te ontvangen? Iets dat voor iedere opsporingsambtenaar direct inzichtelijk is? Zoiets doe je toch stiekem onder de tafel, met cash gelden? 

Ook de hoogte van het bedrag correspondeert totaal niet met de hypothese dat sprake is van omkoping. Het totaalbedrag dat client heeft ontvangen is voor client slechts 1 maandsalaris. Waarom zou hij zijn 30 jarige vlekkeloos verlopende carrière op het spel zetten voor slechts 1 maandsalaris?

Tot slot hebben we bij het opstellen van de pleitnota verschillende artikelen gevonden en aan de rechtbank overhandigd, waaruit blijkt dat het gebruikelijk is voor moslims onderling om elkaar renteloos en zonder vorm van contract geld te lenen. Dit verstevigt de onderlinge banden. Niet alleen familieleden maar ook collega’s onderling doen dit. Nederlanders zijn daar veel terughoudender in en ik wil de rechters – die allen een Nederlandse achtergrond hebben – hiervan bewust maken zodat zij de verklaring van client en de onderaannemer aangaande de lening wat beter begrijpen.

Ook voor de overige bedragen die client op zijn rekening heeft gestort, heeft hij een legale en aannemelijke verklaring gegeven die niet door het OM weerlegt is kunnen worden.

Gelukkig is de rechtbank ontvankelijk voor deze argumenten en spreekt client voor omkoping conform pleidooi vrij!

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u zich richten tot mr. Marielle van Essen via vanessen@vanessen-advocaten.nl

Mr. Marielle van Essen
directeur/advocaat Van Essen Adocaten

Recommended Posts

Laat een bericht achter