Vrijspraak voor mishandeling: ontbreken van opzet

In Blog

Vandaag een cliënt na bijna jaar onzekerheid blij kunnen maken met een vrijspraak voor mishandeling.

Cliënt stond terecht voor mishandeling van een dame. Kort gezegd was de casus dat cliënt in een jolige aangeschoten bui op Koninginnedag aan het ritsje van een jurk van een dame had getrokken die direct hierop flink is gaan meppen op het hoofd van cliënt.
Cliënt die aanvankelijk met zijn armen zijn hoofd trachtte te beschermen en achteruit liep, kon door de menigte niet verder en hield de dame vervolgens van zich af.
Door ook haar drankgebruik en kennelijk duizelingwekkend hoge hakken, kwam zij hierdoor ten val en liep een schram op haar knie op. Haar herhaalde aanval werd door omstanders tegengehouden waarbij ze een kras op haar schouder opliep.

Mishandeling, volgens het OM. Noodweer volgens ondergetekende.
In de afgelopen jaren had ik zowel de politie als later het OM gevraagd om ook de getuigen van cliënt te horen nu deze de lezing van cliënt konden onderschrijven.
De politie reageerde überhaupt, het OM, na herhaald verzoek, bij monde van de officier van justitie, reageerde kort voor de zitting dat hij verhoren niet nodig vond.
Ter zitting persisteerde de officier bij zijn eis tot een bewezenverklaring en veroordeling van cliënt
De door de politierechter voorgestelde mediation zag hij namelijk niet zitten.
Ondanks dat cliënt uitlegde dat een veroordeling ernstige gevolgen zou hebben voor zijn werk, moest en zou die aantekening op diens strafblad er komen: eigen schuld, dikke bult aldus de officier.

Ter zitting vroeg ik de politierechter om die eis niet te volgen omdat in de visie van de verdediging sprake was van noodweer.
De enorme fysieke uitbarsting van de dame in kwestie, was een disproportionele reactie op een weliswaar ongepaste maar onschuldige handeling van cliënt.
Wat had cliënt anders moeten doen gedurende deze uitbarsting om zijn eigen lichaam te beschermen dan zijn armen te strekken?

De politierechter was het niet met mij eens wat betreft het noodweer: de reactie van de dame was uitgelokt door de handeling van cliënt aldus de rechter.
Echter gooide de rechter haar beslissing over een andere juridische boeg. In haar optiek, kon niet worden vastgesteld dat cliënt de opzet had op het mishandelen van de dame in kwestie.
Oftewel, hij had nooit de bedoeling gehad de dame pijn te doen door zijn armen te strekken en haar daarmee te duwen.
Hoewel de wetgever het woord ‘opzet’ niet in de delictomschrijving van ‘mishandeling’ expliciet heeft opgenomen, leest zij dit opzetvereiste wel in de geest van dit wetsartikel.

Cliënt werd aldus door de rechter vrijgesproken!
Ook voor mij een bijzondere uitspraak gezien de juridische constructie waarvoor de rechter koos om tot een vrijspraak te komen.
En nadat de officier ter zitting aangaf afstand te doen van diens recht op hoger beroep, konden client en zijn vrouw opgelucht de rechtbank verlaten, wetende dat aan ‘ritsjesgate’ na bijna 3 jaar eindelijk een einde was gekomen.

Mr. Marielle van Essen
Advocaat en eigenaar Van Essen Advocaten te Amsterdam
specialist in strafzaken
vanessen@vanessen-advocaten.nl

Recommended Posts

Laat een bericht achter