Vrijspraak voor “mastermind” gewapende overval te Zoetermeer

In Blog

Vrijspraak voor “mastermind” gewapende overval te Zoetermeer

In de nacht van 12 september 2015 werd steakhouse Exodus te Zoetermeer overvallen door twee gemaskerde mannen. Éen van deze mannen liep met een rode Dirk-tas richting de eigenaar van het restaurant. De andere man richtte zijn pistool op de eigenaar alsook andere aanwezigen. Ze wilden geld zien. Toen de eigenaar deze mannen wilde tegenhouden werd er een schot gelost en de daders sloegen op de vlucht.

Kort na de overval werden 2 verdachten aangehouden. Ongeveer 2 maanden later werden nog eens 2 verdachten aangehouden. Zij wezen alle 4 naar cliënt als de grote mastermind van de overval. Cliënt zou hen hebben aangezet tot het plegen van dit feit.

In eerste aanleg werd cliënt bijgestaan door een andere advocaat. De rechtbank Den Haag achtte cliënt schuldig aan poging uitlokking van diefstal met geweld en veroordeelde hem tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaren. Hierbij overwoog de rechtbank dat cliënt deze jongemannen zou hebben aangezet om de overval te plegen en hen bij het restaurant afgezet. Hierdoor zou cliënt zijn medeverdachten voor zijn karretje hebben gespannen om de overval te plegen.

Cliënt heeft van meet af aan ontkend iets te maken te hebben gehad met de overval. Hij heeft altijd gezegd dat hij erin werd geluisd door zijn familie ten gevolge van een langslepende familievete. Opvallend is dan ook dat een van de medeverdachten het neefje van cliënt is. Bovendien doken familieleden van cliënt veelvuldig op in het dossier. Zo bleek uit de stukken dat een familielid van cliënt zowel de politie als aangever had ‘getipt’ omtrent de vermeende betrokkenheid van cliënt bij de overval.

Ter zitting in hoger beroep verzocht het OM opnieuw om aan cliënt 3 jaar gevangenisstraf te geven, nu hij de overval zou hebben beraamd en uitgelokt.

In een zeer uitgebreide pleitnota heb ik de onschuld van cliënt bepleit.
Ik heb de verklaringen van de medeverdachten erg grondig bestudeerd en kwam tot de conclusie dat deze veel tegenstrijdigheden bevatten. De medeverdachten verklaarden verschillend over cruciale onderdelen, zoals over wie het pistool zou hebben meegenomen alsook de tas die bestemd was voor de buit.

Ook kwam ik tot de conclusie dat de verklaringen van de medeverdachten op veel punten ongeloofwaardig waren en dat zij hun eigen rol bij de overval wilden verkleinen ten koste van cliënt.
Op grond van de verklaringen van de medeverdachten zouden we moeten geloven dat cliënt hen toevallig ’s nachts tegenkwam op de plek waar het plan voor de overval werd gesmeden. Alhoewel de medeverdachten wel te zien zijn op camerabeelden van deze bewuste ontmoeting, was cliënt hier echter niet op te zien!
Vervolgens zou cliënt, als we de medeverdachten moeten geloven, een groepje jongens dat hij niet of nauwelijks kent, waarvan hij geen enig benul kan hebben dat er een een pistool bij zich heeft, een opdracht hebben gegeven om een gewapende overval te plegen. De jongens zouden dit plan vervolgens zonder mokken hebben opgevolgd, terwijl zij een pistool bij zich hadden.

Een volstrekt ongeloofwaardig verhaal dus!

Daarnaast heb ik het Gerechtshof erop gewezen dat het gros van de verklaringen van de medeverdachten pas enkele maanden na hun aanhouding tot stand kwam. Op dat moment hadden zij hun verhaal dus allang op elkaar afgestemd.

Ook heb ik betoogd dat er geen enkel objectief bewijs voor de betrokkenheid van cliënt bij de overval. Blijkens de historische verkeersgegevens stond cliënt niet in contact met zijn medeverdachten, terwijl deze medeverdachten onderling wel veelvuldig telefonisch contact hadden. Ook werden nergens forensische sporen van cliënt aangetroffen.

Het enige dat overbleef waren belastende verklaringen van medeverdachten die tegenstrijdigheden bevatten.
Verklaringen, die tot stand zouden kunnen zijn gekomen om cliënt erin te luizen. In mijn uitgebreide pleitnota heb ik dit ​alternatieve scenario de nodige handen en voeten gegeven.
In mijn pleidooi kwam ik tot de conclusie dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte voor een veroordeling en verzocht het Hof om cliënt vrij te spreken.

Na mijn pleidooi antwoordde het OM dat ik de verklaringen van de medeverdachten had gefileerd. Maar, ik moest niet op alle slakken zout leggen. Over het algemeen kwamen de verklaringen voldoende overeen, aldus het OM.

Hierop antwoordde ik dat de verschillen in de verklaringen juist cruciaal waren, daar de getuigen over belangrijke onderdelen verschillend verklaarden.

Vandaag ontving ik de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag: volledige vrijspraak! Het Hof overwoog hiertoe dat onvoldoende vast is komen te staan dat cliënt zijn medeverdachten heeft aangestuurd. Bovendien bevatte het dossier ook onvoldoende bewijs voor het gegeven dat cliënt de tas zou hebben geleverd en het pistool. Hierbij overwoog het Hof ook dat uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat de medeverdachten voorafgaand aan de overval geen contact hebben gehad met cliënt, maar wel met elkaar.

Cliënt was ontzettend blij en kan nu – als het OM niet in cassatie gaat – verzoeken om een schadevergoeding voor de 8 maanden die hij onterecht in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Zo zie je maar, een grondige bestudering van het dossier kan in hoger beroep leiden tot een beter resultaat dan in eerste aanleg!

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u ons mailen op info@vanessen-advocaten.nl.

Mr. Zahra Boufadiss

 

Recommended Posts

Laat een bericht achter