Vrijspraak in een grootschalige fraudezaak

In Blog

 

 

Vrijspraak in grootschalige fraudezaak.

In deze zaak werd cliënte verdacht van het feitelijk leidinggeven aan strafbare feiten begaan door een rechtspersoon (B.V.). Uit de stukken van de Kamer van Koophandel zou blijken dat cliënte enig aandeelhoudster was van de B.V. Uit naam van de B.V. zouden voor verschillende personen valse arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaringen zijn opgesteld met als doel het verkrijgen van huurwoningen en verblijfsvergunningen. Op veel van deze documenten stond de vermeende handtekening van cliënte. De personen die de documenten kochten, bekenden dat zij nooit hadden gewerkt voor de B.V. De bekennende verklaringen van de medeverdachten en het feit dat cliënte op papier stond als enig aandeelhoudster, maakten voor het openbaar ministerie (hierna: OM) dat cliënte schuldig zou zijn.

Het standpunt van het OM is in de visie van ondergetekende te kort door de bocht en onjuist!
De Hoge Raad oordeelde dit jaar dat bij de beoordeling van de vraag of iemand als feitelijk leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk is voor de door de rechtspersoon begane strafbare feiten, de enkele omstandigheid dat de verdachte bijvoorbeeld bestuurder van een rechtspersoon is, niet voldoende is.[1] De Hoge Raad voegt aan het vorenstaande toe dat feitelijk leidinggeven veelal zal bestaan uit actief en effectief gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip valt.

In de zaak van cliënte was het overduidelijk dat andere personen nauw betrokken waren bij de bedrijfsvoering van de rechtspersoon. Voornoemde personen hadden dan ook de spreekwoordelijke touwtjes in handen.
Cliënte was door haar gezondheid en de gezondheid van haar vader nauwelijks in Nederland, laat staan dat zij aanwezig was op het kantoor van de B.V. Uit de onderzoeksresultaten kon daarnaast ook niet worden opgemaakt dat cliënte vanuit een andere locatie een leidinggevende rol vervulde.
Het was van cruciaal belang dat tijdens de huiszoeking van één van de administratief medewerksters een USB-stick is aangetroffen met daarop handtekeningen die overeen lijken te komen met die van cliënte. Cliënte was zeer duidelijk: deze handtekening is niet door mij gezet! De handtekening van cliënte is bijzonder eenvoudig, daar het enkel haar voornaam is. Het OM had nagelaten om de handtekeningen te beoordelen door een handschriftdeskundige. Maar wie had de handtekeningen dan geplaatst? Het antwoord op deze vraag ligt mijns inziens besloten in de verklaring van de administratief medewerkster. Zij verklaarde dat verschillende personen de vermeende handtekening/naam knipten en plakten op verschillende documenten. Dit ging buiten cliënte om.

Duidelijk moge zijn dat op geen enkele wijze is gebleken dat sprake was van actief en effectief gedrag dat valt binnen de gewone betekenis van het begrip feitelijk leidinggeven. Dit standpunt volgde de Rechtbank Rotterdam en sprak cliënte vrij.
Ondanks dat jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt zeer duidelijk is, werd cliënte vervolgd. Mijns inziens merkwaardig!
Uit deze zaak volgt nogmaals: de enkele omstandigheid dat een persoon bestuurder dan wel aandeelhouder is, maakt deze persoon niet strafrechtelijk aansprakelijk voor de door de rechtspersoon begane strafbare feiten!

Mr. Justin Kötter

 

Recommended Posts

Laat een bericht achter