De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wegens onjuiste verstekverlening

In Blog

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wegens onjuiste verstekverlening

In de onderhavige strafzaak verzocht cliënt ons om hem bij te staan nadat hij door de Rechtbank Haarlem en het Gerechtshof Amsterdam was veroordeeld wegens belaging.
Cliënt stelde dat hij ten onrechte was veroordeeld.
Tijdens ons eerste gesprek vertelde hij dat hij niet bij de zitting in hoger beroep aanwezig was, maar dat hij wel aanwezig had willen zijn. Cliënt was op dat moment bij de Rechtbank Haarlem, omdat hij had begrepen dat de zitting daar zou plaatsvinden.
Hij vertelde daarnaast dat de advocaat die hij op dat moment had zich twee dagen voor de zitting had teruggetrokken. Cliënt had dan ook twee dagen voor de zitting geen advocaat meer. Deze omstandigheden maakten dat mr. Marielle van Essen en ik het dossier nader hebben bestudeerd om te bezien of een beroep in cassatie bij de Hoge Raad kans van slagen zou hebben.

Uit de stukken bleek dat de voormalig advocaat van cliënt inderdaad schriftelijk aan het Gerechtshof Amsterdam te kennen had gegeven dat hij zich zou onttrekken als advocaat.
Twee dagen na het versturen van deze mededeling was de zitting in hoger beroep.
Cliënt is niet verschenen. Het hof had een half uur eerder het bericht ontvangen dat cliënt bij de Rechtbank Haarlem was gezien, alwaar de behandeling in eerste aanleg had plaatsgevonden. Bij het hof was daarnaast correspondentie tussen cliënt en zijn werkgever binnenkomen. De voorzitter deelde mee dat, gezien de teneur van de correspondentie, het hof zorgen had over de verdachte. Het hof constateerde dat de verdachte niet ter zitting was verschenen om deze zorgen weg te nemen.
Het hof onderbreekt vervolgens, in afwachting van de mogelijke verschijning van cliënt, de behandeling tot na de behandeling van de volgende zaak.
Aan het einde van de dag was cliënt alsnog niet verschenen. Het hof heeft cliënt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Dit maakte dan ook dat het oordeel van de rechtbank bleef staan.

Mr. Van Essen en ik hebben, aan de hand van een tweetal cassatiemiddelen, aangevoerd waarom in onze visie de uitspraak van het hof niet in stand kan blijven.
Ons inziens had het hof – kortgezegd – gelet op de hiervoor genoemde (bijzondere) omstandigheden, het onderzoek ter terechtzitting moeten schorsen.
Cliënt zou dan alsnog de gelegenheid hebben gehad om bij de behandeling van zijn zaak te kunnen zijn.
Door de gang van zaken tijdens het hoger beroep is er, ons inziens, tekort gedaan aan het aanwezigheidsrecht.

Advocaat-generaal Knigge komt in zijn conclusie d.d. 6 juni 2017 tot het oordeel dat de twee middelen slagen.
Het was vervolgens aan de Hoge Raad om zich te buigen over de onderhavige zaak.
De Hoge Raad benadrukt in zijn arrest van vandaag nogmaals dat wanneer uit de stukken of het verhandelde ter zitting duidelijke aanwijzingen volgen dat een verdachte niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht, het onderzoek ter terechtzitting dient te worden geschorst om de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek aanwezig te zijn.[1]
Dit maakt dan ook dat de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam naar het oordeel van de Hoge Raad niet begrijpelijk is.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, alwaar de zaak opnieuw zal worden behandeld!

Mr. J.E. (Justin) Kötter
Advocaat


[1] HR 12 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2315.
Recent Posts

Laat een bericht achter